Hoewel Morrissey vaak als het gezicht van The Smiths wordt gezien, is dat niet helemaal
terecht. Minstens zo belangrijk voor het succes van die iconische Britse band is gitarist
Johnny Marr. Hij zorgde voor het kenmerkende gitaargeluid van de groep — minstens zo
bepalend als de zang.
Terwijl Morrissey zichzelf graag op de voorgrond plaatste, koos Marr juist voor een meer
ingetogen opstelling. Pas de laatste jaren treedt hij vaker naar buiten onder zijn eigen naam.
Gelukkig maar, want deze muzikant is met recht een levende legende te noemen. Dat bewees
hij maandag 20 oktober in een uitverkochte Muziekgieterij in Maastricht.
Marr trad op met een kersvers livealbum op zak — Look Out Live! — dat een mooi overzicht
biedt van zijn solocarrière en werk met The Smiths. Of iedere bezoeker die plaat al heeft
gehoord, is de vraag, maar dat de Brit geliefd is, staat buiten kijf. De Muziekgieterij is
stampvol — volkomen terecht, want hier staat een invloedrijk muzikant te spelen.
Marrs speelstijl is ongeëvenaard, en zodra hij een nummer van The Smiths inzet, gaat het dak
eraf. Dat weet hij zelf ook: daarom zit er veel materiaal van zijn oude band in de setlist
verwerkt. Toch heeft Maastricht ook een primeur als Marr It’s Time aankondigt — een nog
niet opgenomen liedje dat op een later te verschijnen album zal komen. De track belooft veel
goeds en doet denken aan de janglepop van The Smiths.
De schaduw van The Smiths hangt over het hele optreden heen. Hoewel Marr niet blijft
hangen in het verleden, loopt hij er zeker niet voor weg. De Brit is de reden waarom veel
mensen vanavond zijn gekomen. Op een gegeven moment vraagt Marr of het publiek nog
verzoekjes heeft, waarna This Charming Man wordt ingezet. Het publiek eet uit zijn hand, en
dat levert kippenvelmomenten op. Tijdens Please Please Please Let Me Get What I Want is
het muisstil — je kunt een speld horen vallen. Het optreden is strak en klinkt alsof je een
album opzet. Dat is misschien het enige manco van deze show: het is vrij klinisch en
afstandelijk.
In tegenstelling tot Morrissey is Marr geen volksmenner. De gitarist is bescheiden en hoeft
niet per se op de voorgrond te staan. Publieksinteractie is er weinig; hij lijkt vooral op te leven
wanneer hij zich in zijn riffs mag verliezen. Marr is geen geboren frontman — zijn zang is
degelijk, maar niet bijzonder, en zijn podiumpresentatie blijft wat ingetogen. Wat je vanavond
ziet, is een vakman die uit zijn schulp is gekropen en het publiek precies geeft wat het wil: de
iconische muziek van The Smiths, aangevuld met eigen werk. En dat is precies wat de Brit
levert.
Sympathiek is dat deze helft van The Smiths geen woekerprijzen vraagt — hij rekent
ongeveer de helft van wat je voor een ticket van Morrissey betaalt — en bovendien gewoon
komt opdagen. De bescheidenheid van Marr siert hem, maar de volgende keer (hopelijk komt
die er) mag hij zich gerust wat meer laten gelden. Om zijn eigen T-shirts te citeren: “Je bent
Johnny f*cking Marr!”
Tekst: Frank van de Ven
