Het zit er weer op! Drie dagen Graspop Metal Meeting! Nou ja drie, zeg maar gerust vier, want de donderdag begint zich zo langzamerhand tot een volwaardige festivaldag te ontwikkelen.

Dit jaar viel er een feestje te vieren op Graspop Metal Meeting. Graspop was namelijk alweer aan haar 20ste editie toe. En dat moest natuurlijk uitgebreid gevierd worden. Het grootste metalfeestje der Lage Landen pakte dan ook flink uit met meer dan 100 bands (waarvan 6 headliners), verdeeld over 4 dagen en maar liefst 5 podia. Counter Culture was er bij en maakte de balans op na een weekend headbangen, moshen, crowdsurfen en gerstenat drinken.

Momenten die ons zeker zullen bijblijven

Degenen die Pharell Williams gezien hebben op Pinkpop, kunnen zich het moment nog wel herinneren waarop de Amerikaanse superster de show stil legde. Meneer wilde namelijk 20 crowdsurfers zien voordat hij zijn nummer hervatte. Nou, dat kostte toch wel enige moeite. Uiteindelijk had meneer er twintig (volgens ons had hij er ook nog een aantal dubbel geteld) en hervatte de show. Bij Parkway Drive afgelopen weekend waren de crowdsurfers werkelijk niet te tellen op gegeven moment. Honderden! Van alles surfde over het veld richt podium. Zo zagen we mensen met opblaasbare dolfijnen, krokodillen en palmbomen richting het podium surfen. Anderen waren dan weer verkleed als Power Rangers en Iron Man. Je kan het zo gek niet bedenken. Er kwam zelfs iemand langs met de krukken in de lucht. En een wijs man (Jeff Tweedy, Wilco) zei ooit: ‘You know it’s been a good concert when you see crutches in the air.’ Amen!

Bij Life of Agony zagen we dit weekend zelfs iemand crowdsurfend in een rolstoel voorbij komen. Dit was zangeres Mina Caputo ook niet ontgaan. Want eenmaal voor bij het podium aanbeland, werd onze rolstoelsurfer bijna doodgeknuffeld door de zangeres.

Wat Graspop naast de vele metal muziek ook zo bijzonder maakt, is de sfeer. Dit werd misschien nog wel het best geïllustreerd door de security, die tijdens ‘Winds of Change’ van Scorpions de show stal door met z’n allen een dansje te wagen. Nou ja dansje, het leek meer op een ietwat afgezwakte versie van de sirtaki, maar het was wel erg vermakelijk om te zien.

Ook het gehele optreden van Faith no More was wel een moment. Welke band sluit er nu een metalfestival af geheel in het wit gekleed? En doet dit op een overwegend wit aangekleed podium opgefleurd met het gehele winkelinventaris van de Desselse bloemist? Mike Patton en de zijnen flikten het. Ook deed de band totaal geen concessies aan haar setlist. De welbekende Black Sabbath cover ‘War Pigs’, die het ongetwijfeld goed had gedaan bij de aanwezige metalheads, bleef in de kast. Sterker nog, de band gooide er zelfs nog een loungeversie van ‘Midlife Crisis’ tegen aan. Wij vonden het allemaal fantastisch, al was het veld lang niet meer zo goed gevuld als tijdens Scorpions.

Vrijdag: vier oude geschminkte knakkers flikken het

Vrijdagochtend waren we er al vroeg bij in de Metaldome. Om kwart over elf in de ochtend stond namelijk King Hiss op het programma. En het moet gezegd, het vroege opstaan heeft geloond. Deze Belgische band rockte er heerlijk op los en smeerde onze oren al goed door voor de rest van de dag. Jammer, dat de geluidsman er zo vroeg nog niet helemaal bij was, want met name de basdrums en de zang stonden naar onze mening iets te hard afgesteld in de mix.

Daarna togen we richting beide mainstages alwaar wij H.E.A.T., Butcher Babies, Asking Alexandria en Epica hun ding zagen doen. Met name Asking Alexandria en Epica bleken in topvorm te verkeren. Al had ik wel het idee dat Simone Janssen er heel even in moest komen. Maar dat kan ook aan het geluid op de mainstage hebben gelegen.

De Butcher Babies vielen dan weer op door hun verschijning. Beide frontvrouwen hadden namelijk een nogal opvallende kleur haardos. Behalve dat de dames daarnaast ook nog ‘behoorlijk’ konden schreeuwen, was het allemaal weinig bijzonder en erg eendimensionaal wat de band deed. Hoe kleurvol de haardossen waren, zo kleurloos was de muziek. Al was het handje klap voor de crowdsurfers nog wel vermakelijk.

H.E.A.T. viel dan weer op door haar ‘alle dagen, heel druk’-zanger. De goede man was constant in beweging en zocht continu contact met zijn publiek (opgegeven moment stond hij zelfs tussen het publiek).

Het eerste echte hoogtepuntje die dag kwam in de vorm van God Seed. Onversneden black metal van de bovenste plank met strakke blastbeats en memorabel riffwerk. Tel hierbij op de imposante verschijning van Gaahl (die ook offstage nooit schijnt te lachen) en je hebt alle ingrediënten voor een topshow.

GMM2015_GODSEED_VERBRUGGENSTIJN-1

Ook Life of Agony gaf een schitterende show weg. De spelvreugde van de band in combinatie met het hierboven eerder beschreven rolstoelmomentje, maakten het optreden van Life of Agony misschien wel tot het meest memorabele optreden van de dag. Ook Mina Caputo leek in haar element en was veelvuldiger vóór dan op het podium te vinden.

Body Count viel ons daarna dan toch een klein beetje tegen. En dan niet zozeer de band. Ernie C en zijn mannen straalden toch wel spelvreugde uit. Het was Ice T, of Ice Motherfucking T Bitch zo u wilt, zelf die een beetje door de mand viel. We kregen het idee dat uncle Ice T de automatische piloot had aanstaan en hier puur stond om enkele oude bandmakkers een dienst te bewijzen. Desalniettemin was het genieten bij het horen van krakers als ‘There Goes the Neighborhood’, ‘KKK Bitch’, ‘Talk Shit, Get Shot’ en ‘Cop Killer’. Het was overigens wel een omissie dat een nummer als ‘Born Dead’ en Suicidal Tendencies cover ‘Institutionalized’ niet op de setlist stond.

Slash maakte er daarna een heerlijke potpourri van. Wat solowerk, een Velvet Revolver nummer hier en flink wat Guns ‘n’ Roses nummers daar deden de truc. Deze werden gedegen en professioneel aan elkaar gezongen door Myles Kennedy. Laatstgenoemde is uiteraard een veel betere zanger dan Axl Rose. Toch mist Kennedy het maniakale van Axl. En hoewel de Guns ‘n’ Roses nummers onder luid gejuich begroet werden, zullen ze nooit zo lekker klinken als met Axl op zang.

Met twee mainstages naast elkaar gelegen, had Graspop dit jaar ruimte voor maar liefst zes headliners. Hiervan mocht Kiss het grote bal openen. En Kiss deed dat zoals alleen Kiss dat kan. Er werd een wervelende show neergezet met grote schermen, confettikanonnen, vuurwerk en andere ‘prullaria’. Ok, Paul Stanley’s stem is dan wel redelijk naar de filistijnen en de solospots worden iets te lang doorgetrokken, maar het gemak waarmee Kiss de Graspopweide om haar vinger wond, getuigde van grote klasse. De grande finale van show was er dan ook een van ongekende proporties. Paul Stanley die abseilde naar de grote geluidstoren in het midden van het terrein. En tot slot zweefden Gene Simmons en Paul Stanley ook nog eens over het publiek middels twee grote kranen. Topvermaak!

Marilyn Manson kon na zoveel geweld alleen maar tegenvallen. En dat deden Brian Warner en consorten ook. Marilyn Manson heeft dan ook al lang haar shockrock factor verloren. Toegegeven, de show was zeker niet slecht te noemen en nummers als ‘The Dope Show’ en ‘Beautiful People’ zijn natuurlijk onverwoestbaar, evenals de covers ‘Personal Jesus’ (Depeche Mode) en ‘Sweet Dreams (Are made of This)’ (Eurythmics). Toch vertrokken veel mensen toen de Amerikaan speelde.

Zaterdag: de dag met de grootste flop en de meeste toppers

‘I love the sound of Black Sabbath in the morning’, was de eerste gedachte die bij ons opkwam bij het aanschouwen van Orchid op de mainstage. Heerlijke lompe en logge doomriffs en een zanger die klinkt als Ozzy in zijn jonge jaren. Kijk, daar doen we het voor. Geen poespas, versterkers op 11 en gaan! Een aangename verrassing zo vroeg op de zaterdagmiddag.

Een band die zaterdag tot grote hoogten steeg, was het Noorse Shining. Al deden ze het hier op Graspop wel wat lager bij de grond dan hun optreden de dag erna op de Trolltunga in Odda, Noorwegen. Deze show haalde zelfs het NOS journaal vanwege de absurde hoogte (op een rotspunt 700 meter boven het dal) waarop de band speelde. De show op de Graspop zaterdag was echter ook van een dermate kwaliteit dat deze best op het nieuws had gemogen. Al was het jammer dat de cover van ‘21st Century Schizoid Man’ van King Crimson niet op de setlist stond. Verder hadden we niets te klagen. De band speelde retestrak en het saxofoongeluid van bandleider Jørgen Munkeby blies iedereen in de Metaldome van de sokken.

Ook The Ocean steeg tot grote hoogten, al is dat in het geval van The Ocean eerder naar grote diepten. Bijna het gehele ‘Pelagial’ album passeerde de revue en dat was genieten geblazen. Ondanks dat wij gehoopt hadden op een of twee nummers van het album ‘Precambrian’, werden we helemaal meegezogen in de muziek van dit Duitse collectief. Een extra pluspunt waren de schitterende visuals die de band toonde op de drie schermen in de Metaldome. Deze visuals gaven de show net nog even iets meer diepgang. Daarnaast maakten de rookmachines overuren. Tegen het einde van show was er zo een gigantische mistbank voor het podium opgetrokken, dat je bijna geen hand meer voor ogen zagen.

Het was sowieso goed toeven in de Metaldome zaterdag. Naast Shining en The Ocean deed ook Primordial heel erg haar best om een goed optreden neer te zetten. Dit lukte de Ieren met verve. De black metal gemixt met Ierse folk muziek bleef boeien van begin tot eind. Al maakte opener ‘Where Greater Men have Fallen’ op ons de meeste indruk.

Weinig flops gezien dit weekend. Maar de grootste flop die we zagen was er toch wel een van ongekende orde. De band luisterde naar de naam Hollywood Undead, had kekke maskertjes en maakte er een groot zooitje van op de mainstage. Koortjes vanaf tape met daartussen door wat matige rap (was het rap?) overgoten met een sausje van Backstreet Boys beats met voor de vorm wat metal gitaren op de achtergrond. Helemaal schandalig was het dat de band het halverwege de set presteerde om er een akoestische gitaar bij te pakken en ‘Folsom Prison Blues’ van Johnny Cash te verkrachten. The Man in Black draait zich om in zijn graf. Snel vergeten!

Korn had een feestje te vieren. De band vierde het 20 jarig bestaan van haar gelijknamige debuutalbum. Ter ere hiervan werd het debuutalbum vandaag integraal vertolkt. Dit heeft als voordeel dat er nummers op de setlist staan die je doorgaans live nooit te horen krijgt. Het nadeel hiervan is dan weer wel dat er een hele hoop bekende krakers ontbreken. Wat eveneens ontbrak was de H.R. Giger microfoonstandaard van Jonathan Davis. Even dachten we dat hij deze wellicht had verkocht. Echter bij eerste toegift ‘Falling away from me’ werd de beruchte microfoonstand dan toch door een roadie het podium opgedragen. Al met al gaf Korn een goed optreden weg, maar was het bijvoorbeeld niet zo goed als twee jaar geleden.

GMM2015_JUDASPRIEST_DEHAESJENS-15Na vrijdag Kiss en Manson voor de kiezen te hebben gehad, mochten zaterdag Judas Priest en Slipknot het licht uitdoen op de mainstage. Evenals gisteren mocht de band met het meeste aantal dienstjaren aftrappen. En dat deed Priest met verve. Uiteraard merkte je wel dat er wat sleet zit op de stembanden van de metalgod en het tempo in de show lang niet meer zo hoog ligt als voorheen. Toch wist Priest te overtuigen. Dat was in 2011 toch wel even anders. Verder was het vermakelijk om te zien hoe Rob Halford tijdens het optreden vaker van jasje verwisselde dan de Toppers gezamenlijk doen op vier avonden Amsterdam Arena. Ook de setlist was om van te smullen. Alle klassiekers kwamen voorbij en als na de tweede toegift met ‘Painkiller’ en ‘Living after Midnight’ de Priestkoek op is, mochten we concluderen dat Priest zijn headlinerstatus meer dan waar gemaakt heeft.

Slipknot deed er daarna nog een schepje bovenop. Daar waar Manson gisteren niet meer over de ‘oudjes’ van Kiss heen kon, daar deed Slipknot dit wel ten opzichte van Priest. Met gemak zelfs! Corey Taylor is dan ook een volksmenner bij uitstek en de band weet hoe ze een geweldige show moeten neerzetten. De band speelde strak en gedreven. Prachtig om ook weer die massale sitdown tijdens ‘Spit it Out’ te zien. Volgens mij gingen de mensen tot aan het Classic Rock Café achter op het terrein zitten. Slipknot gaf een tot in de puntjes verzorgde show en het is dan ook jammer dat de band er binnenkort een aantal jaartjes tussenuit gaat.

Zondag: de bloemenzee van Faith no More

Hoe kan je de Dag des Heren beter beginnen dan met een portie heerlijke atmosferische black metal? Juist, dat dachten wij ook en dus togen wij naar de Marquee alwaar Winterfylleth haar opwachting maakte. Hier hebben wij geen spijt van gekregen. De band oogde dan wel wat statisch, maar de uitstekend vertolkte composities maakten dat gemis meer dan goed. Ook de zang klonk voortreffelijk. Zowel de bruut als clean gezongen stukken. Met name het nieuwe nummer ‘Forsaken in Stone’ maakte indruk en doet benieuwen naar nieuw plaatwerk van deze uit het Verenigd Koninkrijk afkomstige band.

Op het hoofdpodium zagen we vervolgens Tremonti, Parkway Drive en Black Stone Cherry achter elkaar. Vooral de laatste twee bands maakten indruk. Parkway Drive had er ondanks een kleine jetlag heel veel zin in vandaag en dat had zijn weerslag op het publiek die er samen met de band een groot (crowdsurf)feestje van maakten. Oh ja, en die cover van ‘Bulls on Parade’ van Rage Against The Machine ging er natuurlijk in als zoete koek. Chapeau!

Bij Black Stone Cherry was het daarna toch vooral een stuk rustiger op publieksparticipatiegebied. De band maalt daar gelukkig niet om en zet een heel overtuigende set vol met dampende rock ‘n’ roll neer.

Een stuk minder overtuigend daarna was de dampende rock ‘n’ roll van Motörhead. Luister, Lemmy is en blijft een held en Motörhead is natuurlijk een fantastische band. Eigenlijk was het gewoon een mirakel dat de man nog op het podium stond. Lemmy leek zelf ook weinig voldoening te scheppen in zijn optreden. Het klonk en oogde allemaal erg vlak vandaag en de aankondigingen van de nummers werden vrijwel allemaal overgelaten aan gitarist Phil Campbell. Eigenlijk zou Lemmy er gezien zijn gezondheidstoestand verstandig aan doen zijn Rickenbastärd aan de wilgen te hangen. Maar ja, Lemmy is er de man niet naar om achter de geraniums te gaan zitten, dus doet hij dat wat hij het beste kan en dat is snoeiharde rock ‘n’ roll spelen. En alleen daar voor al, heel veel respect!

Waar het gisteren goed toeven was in de Metaldome, waren wij zondag veel te vinden in de Marquee. Zo zagen wij naast een puik optreden Winterfylleth, ook nog voortreffelijke shows van Septicflesh en Amorphis.

GMM2015_SEPTICFLESH_DEHAESJENS-9Septicflesh verblijdde ons vooral met veel werk van het vorig jaar verschenen ‘Titan’. Onder andere ‘Prototype’ en ‘Prometheus’ hoorden we voorbij razen. Ook heel apart vonden we de outfit van zanger en bassist Spiros Antoniou. Het leek wel of hij een stillsuit uit de film Dune aan had.

Amorphis had daarna een soortgelijk feestje als Korn te vieren. Het album ‘Tales from the Thousand Lakes’ is namelijk 20 jaar oud geworden en evenals Korn vierde Amorphis dit met een integrale uitvoering van het album. En dat was genieten geblazen voor de melodische death metal en doom liefhebbers. En daar waar Jonathan Davis geen gebuikte maakte van zijn ‘aparte’ microfoon bij de uitvoering van het debuutalbum, daar deed zanger Tomi Joutsen dit wel. Zijn microfoon leek nog wel het meest op uit een uitgebouwde Playstation controller. In ieder geval een fijn optreden van deze sympathieke Finnen.

Tot slot van deze 20ste Graspop editie kregen we de headlinertandem Scorpions-Faith no More voorgeschoteld. Een hele mooie tandem zo bleek. Onze Duitse vrienden van Scorpions speelden (in tegenstelling tot 2011) een greatest hits set en iedereen hoorde dan ook zijn of haar favorieten voorbij komen. Heerlijk om de luidkeels meegezongen powerballads ‘Winds of Change’ en ‘Still Loving You’ te horen voorbijkomen.

Bij Faith No More viel er dan een stuk minder mee te zingen. Of je moet beschikken over een set stembanden à la Patton. Jezus, wat heeft die kerel een gouden strot. Ja, Faith no More is eigenzinnig, recalcitrant en gestoord. Ja, er liepen een hoop mensen weg tijdens hun optreden. Maar ook, ja, wat waren ze vanavond goed. Vanaf opener ‘Motherfucker’ tot en met afsluiter (en zelden gespeelde) ‘Just a Man’ was het genieten geblazen. Faith no More was voor ons dan ook het perfecte slot van een heerlijk festivalweekend.