Counter Culture Shorts nummer #150 alweer. Geen zin om complete albumreviews met hele lange lappen tekst te lezen? Dan hebben we de Shorts voor je. In deze 150e editie van Shorts vind je veertien mooie microreviews van de nieuwe albums van Judah & The Lion, Colorblind, Boston Manor, Karen Dió, Graham Hunt, Various Artists, Citizen, Five Finger Death Punch, Quicksand, Waterparks, Cancer Bats, Electric Callboy, Future Palace en Allt.
Judah & The Lion – I Am Prism (81)
Het eigenzinnige Judah & The Lion werkt onverstoorbaar aan een oeuvre dat ergens in het midden ligt tussen dromerige indierock en atmosferische folk. Bij vlagen doet deze formatie denken aan Fleet Foxes en Tame Impala. Dit album is een aanrader voor fans van eerder genoemde bands.
Recensent: Frank van de Ven
Colorblind – Who Sold You This Truth ++ Was It Yours To Hold (63)
Colorblind laat zich naar eigen zeggen niet graag in een hokje duwen en heeft daarom een eigen genre ontwikkeld. Dreamcore noemen ze het. Hoe dat klinkt? Niet zo heel bijzonder eigenlijk. Als een metalcore-versie van Circa Survive. De hoge, kinderlijke zang doet aan het stemgeluid van zowel Anthony Green als Tones And I (van megahit ‘Dance Monkey’) denken. Wat opvalt is dat er veel effecten zitten op de vocalen van frontman Travis Moseley. Dat roept de vraag op in hoeverre Colorblind dit album live kan waarmaken.
Recensent: Frank van de Ven
Boston Manor – Be Nothing. 10 Year anniversary (91)
Het Britse Boston Manor debuteerde tien jaar geleden met het geniale ‘Be Nothing’. Om die mijlpaal te vieren brengt de (emo)rockband de schijf opnieuw uit en krijgt de koper er vier akoestische versies van oude krakers bij. Normaal gesproken is dat vrij schraal te noemen, omdat je weer de portemonnee mag trekken voor een plaat die je al hebt. In dit geval is dat gerechtvaardigd, omdat deze tracks wat nieuws bieden. De uitgeklede versies van ‘Lead Feet’, ‘Laika’, ‘forget Me Not’ en ‘Drowned In Gold’ zijn wonderschoon en worden vol overgave gebracht. Je hoort een band in bloedvorm. Zowel nieuwkomers als Diehard fans kunnen niet om deze release heen.
Recensent: Frank van de Ven
Karen Dió – Fugaz (79)
Benieuwd hoe Braziliaanse punkrock klinkt? In het geval van Karten Dió als een soort gruizige versie van The Donnas en Joan Jett And The Blackhearts. ‘Fugaz’ bestaat uit pakkende rocknummers die vol bravoure worden gespeeld. Nergens te clean, maar ook niet te rafelig. De Braziliaanse heeft een geluid gevonden dat lekker rammelt, maar tegelijkertijd ook catchy is. Deze EP schreeuwt erom om op volgepakte festivalweides gespeeld te worden.
Recensent: Frank van de Ven
Graham Hunt – American Pyramid (77)
Artrock is het genre waarin Graham Hunt opereert. Soms doet ‘American Pyramid’ aan het werk van Beck denken. De nummers gaan over eenzaamheid en isolatie. Thema’s waar iedereen zich wel in zal herkennen. Of de manier waarop deze Amerikaan deze onderwerpen belicht iedereen zal aanspreken, is zeer onwaarschijnlijk. De ietwat aanstellerige presentatie moet je namelijk wel liggen. Dit is geen hapklare popmuziek, maar theatrale dwarse rock die aan het denken moet zetten.
Recensent: Frank van de Ven
Various Artists – Sending Hearts To All My Dearies – A Tribute To The Smashing Pumpkins (91)
The Smashing Pumpkins bestaat bijna veertig jaar. Deze iconische band rond frontman Billy Corgan wordt bewonderd door een hoop artiesten. Zo zijn onder meer Tame Impala, Carpenter Brut en Nita Strauss fan van Corgan & co. Om hun held(en) te eren is ‘Sending Hearts To All My Dearies – A Tribute To The Smashing Pumpkins’ uitgebracht. Op deze compilatie coveren verschillende artiesten nummers van The Smashing Pumpkins. Wat deze release zo tof maakt, is dat deze covers ook echt compleet anders zijn dan het origineel. Between the Buried And Me verbouwt een kraker van Corgan naar een metalcore nummer, Carpenter Brut gaat op de synthwave tour en Tame Impala kiest voor indierock. Een minpuntje is dat er op deze compilatie vaak voor dezelfde tracks gekozen wordt. Moeten er echt twee covers van ‘Tonight, Tonight’, ‘Cherub Rock’, Bullet With Butterfly Wings’ en ‘1979’ op dit album staan? Waarom is er niet voor andere tracks gekozen?
Recensent: Frank van de Ven
Citizen – Halycon Blues (95)
Citizen maakt melancholische oldschool emo in de lijn van Tigers Jaw en The Get Up Kids. Ook post-punk speelt een rol in het bandgeluid. ‘Halycon Blues’ is een meeslepend album dat liefhebbers van het genre zeker moeten beluisteren. Deze plaat moet je ondergaan.
Recensent: Frank van de Ven
Five Finger Death punch – Legacy (65)
Je kunt over Five Finger Death Punch zeggen wat je wilt, maar niet dat deze band geen eigen gezicht heeft. Deze Amerikanen hebben een eigen sound ontwikkeld die uit duizenden herkenbaar is. Denk aan een radiovriendelijke versie van Pantera en Slipknot. Zang en instrumentatie zijn nooit stekelig en de clean vocals kenmerken zich door duidelijke articulatie en direct meezingbare teksten. Dat is op ‘Legacy’ niet anders. Boegbeeld Ivan Moody is een prima zanger, maar geen sterk tekstschrijver. Dat is hier wederom het geval, al bedient de kale geweldenaar zich ditmaal van weinig schuttingtaal. Afijn…Eigenlijk is elke review van Five Finger Death Punch compleet overbodig, omdat je al precies weet wat je kunt verwachten. Eigenlijk kun je Moody & co de AC/DC van de metalpop noemen.
Recensent: Frank van de Ven
Quicksand – Bring On The Psychics (82)
Quicksand is een van de grondleggers van de post-hardcore scene. Deze band perfectioneerde de uitbarsting van harde gitaarexplosies naar zachtere introspectieve passages. Dat trucje beheerst dit trio nog steeds tot in de puntjes. ‘Bring In The Psychics’ laat een ervaren band horen die het plezier in het maken van spannende rockmuziek nog lang niet verloren is.
Recensent: Frank van de Ven
Waterparks – Jinx (64)
Waterparks maakt (licht) hysterische poppunk waarbij de bombast niet geschuwd wordt. Soms klinkt ‘Jinx’ als een minder creatieve versie van Twenty One Pilots. De band houdt vast aan de formule waarmee het populair is geworden. Dit zesde album van Waterparks biedt geen verrassingen, maar wel alle ingrediënten waar hun fans van houden. Als je gecharmeerd bent van deze groep dan kun je dit werkstuk blind aanschaffen.
Recensent: Frank van de Ven
Cancer Bats – Give Me Dirt (80)
Hardcore band Cancer Bats is aan hun achtste album toe met ‘Give Me Dirt’. Onder leiding van enig overgebleven oerlid Liam Cormier breidt de formatie hun oeuvre gestaag uit. Aan het bandgeluid wordt niet veel gesleuteld, dus krijg je opnieuw logge hardcore met een scheut melodie voorgeschoteld. Hoe lomp deze gasten ook uit de hoek kunnen komen er zit altijd een catchy element in hun muziek.
Recensent: Frank van de Ven
Electric Callboy – TANZNEID (75)
Wat Electric Callboy en Five Finger Death Punch met elkaar gemeen hebben, is dat ze sterke reacties oproepen. Je vindt ze of geweldig of verschrikkelijk. Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Het Duitse Electric Callboy doet al jarenlang goede zaken met hun melige metalcore. Eerder combineerde ze schlagers met metal en op ‘TANZEID’ brengen ze boybands samen met deathcore. Het levert opnieuw een vrolijk – en knap in elkaar gezet – album op dat bedoeld is om festivalweides en stadions te laten pogoën. Gaat zeker lukken, want aan het materiaal ligt het niet. Als je naar muziek met diepgang en introspectieve of maatschappijkritische teksten zoekt, zul je hier echter van gruwen.
Recensent: Frank van de Ven
Future Palace – Resurgence (76)
Het Duitse Future Palace debuteert met ‘Resurgence’. Als je het latere werk van Yours Truly en ook Letters Send Home kunt pruimen, is deze band wel wat voor jou. Deze female fronted rockformatie onderscheidt zich door het gebruik van screams een wat harder gitaarwerk waardoor ze net wat feller klinken dan hun concullega ’s. Dit eerste visitekaartje laat een bevlogen groep muzikanten horen.
Recensent: Frank van de Ven
Allt – Ataraxia (79)
Allt maakt een mengeling van djent, metalcore en nu-metal. ‘Ataraxia’ is een atmosferische, bijna filmische plaat geworden vol dreiging. Dit is compromisloze moderne metal met hardcore elementen. Deze muziek komt het beste tot zijn recht met een koptelefoon op.
Recensent: Frank van de Ven
