Voor alweer het vierde jaar op rij was de Patronaat in Haarlem afgelopen weekend omgedoopt tot een oase van heavy metal, experimentele rock en zelfs elektronische jazz. Het was weer tijd voor Complexity Fest, een festival dat in de afgelopen jaren internationale allure heeft gekregen, niet alleen dankzij de prachtige akoestiek van Patronaat, maar vooral dankzij de focus op de progressieve kant van heavy rock.

Complexity Fest is dus geen festival dat er op uit is om zo veel mogelijk geld te verdienen of om zo snel als het kan uitverkocht te raken. Dit is een festival georganiseerd voor en door liefhebbers van alternatieve rockmuziek. Waar je tijdens het struinen door de merchandise gewoon een praatje kunt maken met muzikanten, en waar je op nog geen halve meter afstand van de bandleden kunt gaan staan luisteren.

Is dat…Abraham Lincoln?

Wat het festival vooral siert, is hoe dankbaar de muzikanten zijn dat ze hier mogen staan. Goed voorbeeld is Four Stroke Baron, die op Complexity Fest de grootste show ooit mogen geven. ,,We hebben nog nooit in zo’n grote zaal gestaan, dank jullie daarvoor”, zegt bassist Keegan Ferrari halverwege de set, die met zijn lange baard als twee druppels water op Abraham Lincoln lijkt. Het respect is wederzijds, want Four Stroke Baron beklijft met zijn unieke sound vanaf de eerste seconde en laat vervolgens niet meer los.

Four Stroke Baron maakt verfrissende progressieve rock met daarin een vleugje new wave. De zang van Kirk Witt is meeslepend, en door de effecten lijkt het alsof de zanger van Tears for Fears het podium heeft beklommen. Keegan Ferrari bewijst zich als een uitstekende bassist en slapt op zijn snaren alsof het zijn laatste keer is. Zelf omschrijft Four Stroke Baron zich als een band die ‘bij zeven miljard mensen niet bekend is’, maar als ze op deze manier doorgaan duurt het niet lang meer voor Four Stroke Baron op de grotere festivals mag spelen.

Smerig en gestoord

Complexity Fest is een festival zonder pauzes en dus begint verderop in het gebouw, in de kleinste zaal die eigenlijk fungeert als café, de technische metalcoreband Lotus Eater. Beginnende gasten, maar zo gedragen ze zich niet. Wie bij deze gestoorde jongens stilstaat, krijgt de volle laag. Als blikken konden doden, dan was de zwaarlijvige frontman een seriemoordenaar geweest.

Een enkele moshpit is voor hem niet genoeg, de hele zaal moet voortdurend in beweging blijven op hun korte, maar krachtige metalcoreliedjes. Dat dit niet lukt, heeft vast met het vroege tijdstip te maken, maar Lotus Eater neemt daar geen genoegen mee en vertrekt twintig minuten te vroeg het podium. Ze blijken ook halsoverkop de Patronaat te hebben verlaten en laten zelfs niet-verkochte spullen bij de merchandise achter. Oeps.

Door merg en been

De ondankbaarheid van Lotus Eater staat in schril contrast met de hartelijkheid en sympathie die Klone uitstraalt. Dit uit Frankrijk afkomstige zestal bewandelt min of meer dezelfde weg als hun Britse collega’s van Anathema. Ze begonnen met hele donkere doommetal vol gitzwarte grunts, maar tegenwoordig maken ze hele dromerige en sferisch progrock, opgesierd door Nirvana-achtie grungezang. Setopener ‘Immersion’ is meteen een schot in de roos: prachtige donkere progrock met zware gitaren en een stem om kippenvel van te krijgen.

Zodoende manifesteert zanger Yann Ligner zich als het grootste wapen van Klone. Hij ziet er misschien niet uit als een stijlvolle frontman (meer als iemand die op verjaardagen de leukste grapjes vertelt), maar zijn zware uithalen gaan door merg en been. De grunt halverwege het woeste ‘Rocket Smoke’ geldt zelfs als een van de hoogtepunten van het festival, wat een geweldige orkaankracht. Het overweldigende applaus achteraf bewijst dat Klone zich uitstekend heeft bewezen op Complexity Fest.

Verpletterend

Weer van een hele andere orde, maar minstens zo indrukwekkend is Conjurer, een Britse sloopkogel die alles en iedereen verplettert met bulderende doommetal. Ze bestaan nog geen vijf jaar, maar dat stralen ze op Complexity Fest geen seconde uit. Deze jonge gasten blaken van het zelfvertrouwen. De zwaarlijvige zanger Dan Nightingale durft het zelfs op een gegeven moment aan om onversterkt door de zaal heen te brullen. In die brul huist zoveel intense kracht dat zelfs de luisteraars achterin de zaal omver worden geblazen.

Conjurer wordt officieel gezien als een doommetalband, maar met alleen deze kwalificatie doe je deze jonge Britten te kort. Hun langslepende composities zitten boordevol variatie. Dan vermengen ze smerige sludge met gitzwarte blackmetal, en dan horen we weer spijkerharde hardcore gecombineerd met progressieve rock. Conjurer is één groot avontuur waar je na afloop even na adem moet happen omdat het allemaal zo intens en overrompelend is. Wat dat betreft is de missie van Conjurer op Complexity Fest keurig volbracht.

Falende techniek

Zeal & Ardor buiten beschouwing gelaten is The Ocean dit jaar de grote klapper op Complexity Fest. Het duurde even, maar langzaam maar zeker weten deze Duitsers steeds meer zieltjes voor zich te winnen. Lang hebben ze in de schaduw moeten staan van Opeth en Anathema, maar na het vorig jaar verschenen Phanerozoic I: Palaeozoic is progminnend Nederland om. De grote zaal in Patronaat is dan ook stampensvol als The Ocean op het punt staat om te beginnen.

Dat moment blijft echter een lange tijd uit. The Ocean is net klaar met een tour door Australië en nu blijkt bij aankomst in Haarlem dat de helft van de spullen de vliegreis niet heeft overleefd. Terwijl de band al een half uur bezig moet zijn, lopen diverse roadies paniekerig met zaklampen op en neer om de boel op tijd te redden. Dat lukt, maar Complexity Fest moet genoegen nemen met een sterk ingekorte set van een half uurtje. Een behoorlijke tegenvaller voor de bezoekers die speciaal een kaartje voor The Ocean hadden gekocht.

Het half uur is kort, maar gelukkig érg krachtig. De band verschuilt zich het hele optreden achter een doorzichtige rookwolk, maar dat doet geen afbreuk aan de intensiteit van de show. The Ocean is en blijft live een fantastische belevenis: de composities zijn lekker lang, zitten boordevol avontuur en spanning en vertellen allemaal een verhaal. Dat is ook het doel van The Ocean: om de bezoekers onder te dompelen in hun visie op de wereld. Dat die bijzondere ervaring al na een half uur ruw wordt onderbroken, is daarom eeuwig zonde te noemen.

Gedroomde headliner

Door het technisch falen van The Ocean wacht Zeal & Ardor als headliner een nog zwaardere klus. Maar gelukkig worden de hoge verwachtingen ruimschoots waargemaakt. De groep rondom meesterbrein Manuel Gagneux heeft al de nodige ervaring opgedaan op Lowlands, Best Kept Secret en Roadburn, en het is goed om te zien dat ze die fantastische shows op Complexity Fest even dunnetjes komen overdoen. ,,We vinden het geweldig dat we met onze redelijk simpele muziek hier mogen staan”, spreekt Gagneux dankbare taal.

Maar zo simpel als hij het doet lijken, is Zeal & Ardor absoluut niet. Sterker nog: er is geen band ter wereld die zo klinkt als deze Zwitsers. Want zeg nou zelf: black metal met Afro-Amerikaanse roots en blues vermengen? Dat klinkt toch voor geen meter? Zeal & Ardor bewijst het tegendeel en laat de bezoekers met de superaanstekelijke en verslavende nummers zowel heupdansen als moshen. Grote kracht zijn de twee achtergrondzangers naast Gagneux die de nummers van heerlijke gospel voorzien. Gagneux levert zelf ijzingwekkende screams die keer op keer bij de luisteraars als een sloopkogel binnenkomen.

Zodoende kon Complexity Fest zich geen denkbaar betere headliner wensen dan Zeal & Ardor. Op de technische mankementen bij The Ocean na kan het Haarlemse festival terugkijken op een geslaagde vierde editie. Nu is het afwachten wat de Haarlemse poptempel te wachten staat bij het vijfjarig jubileum van dit bijzondere feestje.

Over de auteur

Sebastiaan
Recensent #ROCK

Gerelateerde berichten